Numismatic.be
Munten verzamelen in België
Home EuroGeschiedenisVerzamelen Over onsContact
Euromunten · Muntgeschiedenis · Verzamelen
Numismatic .be
Euromunten, oude munten uit de Zuidelijke Nederlanden en praktische raad voor verzamelaars
Home › Verzamelen › Kwaliteitsgraden van munten: van Goed tot FDC
Verzamelen · Basis

Kwaliteitsgraden van munten: van Goed tot FDC

Kwaliteitsgraden van munten: van Goed tot FDC

Twee munten met hetzelfde jaartal en hetzelfde ontwerp kunnen sterk in waarde verschillen. Het verschil zit in de staat: hoeveel de munt gesleten is, of ze krassen of klappen heeft, of de oorspronkelijke glans er nog op zit. Om dat te beschrijven, gebruiken verzamelaars en handelaars vaste kwaliteitsgraden. Wie ze kent, leest een catalogus of een verkoopaanbod veel beter.

De Europese schaal

In België en Nederland worden meestal de volgende graden gebruikt, van slecht naar best. Ernaast staat de Engelse benaming die je in internationale catalogi en veilingen tegenkomt.

GraadAfkortingEngelsWat je ziet
GoedGGoodsterk gesleten, alleen de grote lijnen herkenbaar
Zeer goedZGVery Goodduidelijk gesleten, maar alle hoofdelementen leesbaar
FraaiFFinematige slijtage, details deels verdwenen
Zeer fraaiZFVery Finelichte slijtage op de hoogste punten
PrachtigPrExtremely Finenauwelijks slijtage, details scherp
Fleur de coinFDCUncirculatedgeen enkele slijtage, volle muntglans

De overgang tussen graden is niet altijd scherp. Daarom zie je ook tussengraden als ZF+ of Pr/FDC. Franstalige catalogi gebruiken een eigen reeks (B, TB, TTB, SUP, SPL, FDC) die niet helemaal samenvalt met de Nederlandstalige. Bovendien hanteert niet elke handelaar dezelfde grenzen.

Hoe je de graad bepaalt

Kijk naar de hoogste punten van het reliëf: het haar van een portret, de wang, de veren van een vogel, de randen van een wapenschild. Daar slijt een munt het eerst.

  1. Bekijk de munt onder goed licht, liefst een lamp die schuin invalt. Draai de munt langzaam, zodat je ziet waar het licht weerkaatst en waar niet.
  2. Gebruik een loep met een vergroting van 5 tot 10 keer.
  3. Zoek de slijtage: vlakke, matte plekken op de hoogste punten wijzen op circulatie.
  4. Zoek beschadigingen: krassen, randbeschadigingen, klappen van andere munten (zogenaamde „contactsporen”), gaatjes of sporen van een hanger.
  5. Beoordeel de glans: een ongecirculeerde munt heeft een karakteristieke glans die over het oppervlak „draait” als je haar kantelt.
  6. Vergelijk met afbeeldingen uit een catalogus of met een munt waarvan de graad vaststaat.

Beoordeel altijd beide zijden. Een munt kan aan de ene kant Pr zijn en aan de andere kant ZF. In een beschrijving staat dan bijvoorbeeld „Pr/ZF”.

Wat de graad verlaagt

Naast slijtage zijn er gebreken die de waarde sterk drukken, ongeacht de graad:

  • reinigen of poetsen: een gereinigde munt wordt meestal als zodanig vermeld (zie munten reinigen);
  • gaten of soldeersporen, bijvoorbeeld van munten die als sieraad zijn gedragen;
  • randbeschadigingen en diepe krassen;
  • corrosie en vlekken;
  • bewerkingen: een munt die is bijgewerkt om er beter uit te zien.

Proof, BU en gewone slag

Naast de staat speelt ook de manier waarop de munt geslagen is een rol. Er zijn drie hoofdsoorten:

  • Gewone slag: de munten voor de omloop, in grote aantallen geslagen.
  • BU (Brilliant Uncirculated): munten die met meer zorg zijn geslagen en behandeld dan gewone omloopmunten, zonder ooit in omloop te zijn geweest. Ze worden vaak in jaarsets verkocht.
  • Proof (ook PP of „Polierte Platte”): munten geslagen met gepolijste stempels en plaatjes, vaak meermaals. Het resultaat is een spiegelend veld met matte figuren. Proofmunten worden in capsules of etuis verkocht en zijn nooit bedoeld voor de omloop.

Proof is dus geen kwaliteitsgraad, maar een slagwijze. Een proofmunt die slecht bewaard is, kan haarlijntjes of vingerafdrukken vertonen en daardoor veel van haar waarde verliezen.

De Amerikaanse schaal van 1 tot 70

In de Verenigde Staten en bij grote internationale veilinghuizen wordt de Sheldon-schaal gebruikt, van 1 (nauwelijks herkenbaar) tot 70 (volmaakt). Ongecirculeerde munten krijgen een cijfer tussen 60 en 70, voorafgegaan door „MS” (Mint State). Proofmunten krijgen het voorvoegsel „PR” of „PF”.

Gespecialiseerde bedrijven beoordelen munten volgens die schaal en sluiten ze daarna in een verzegelde plastic houder, een zogenaamde slab, met de graad op een etiket. Een munt in zo’n houder haal je er niet uit: de beoordeling geldt alleen zolang de houder ongeschonden is.

Waarom de graad zo belangrijk is

Voor gewone munten maakt de graad weinig uit: een veelvoorkomende Belgische frank kost in ZF of Pr nagenoeg evenveel. Maar bij gezochte munten kan het prijsverschil tussen twee graden groot zijn, en tussen ZF en FDC soms een veelvoud. Daarom is het belangrijk dat koper en verkoper dezelfde taal spreken.

Wees ook realistisch: wie zijn eigen munten beoordeelt, schat ze vaak een graad te hoog in. Een tweede mening van een ervaren verzamelaar of een handelaar is nooit overbodig.

Meer basiskennis in onze numismatische woordenlijst en in onze verzameltips.

Dit artikel kan partnerlinks bevatten. Die hebben nooit invloed op wat we schrijven.